SDG 15 | LEVEN OP HET LAND


De mens heeft de aarde nodig om te kunnen overleven. Ongeveer 18% van onze voeding is plantaardig en landbouw vormt niet alleen een belangrijke economische hulpbron, maar ook een instrument voor ontwikkeling. Toch zien we vandaag een ongekende landdegradatie en de beschikbare landbouwgrond neemt sneller af dan ooit tevoren. Sinds 2008 lijden al meer dan 1,5 miljard mensen onder de gevolgen van landdegradatie


Subdoelen

15.1 Tegen 2020 het behoud, herstel en het duurzaam gebruik van terrestrische en inlandse zoetwaterecosystemen en hun diensten waarborgen, in het bijzonder bossen, moeraslanden, bergen en droge gebieden, in lijn met de verplichtingen van de internationale overeenkomsten.

15.2 Tegen 2020 de implementatie bevorderen van het duurzaam beheer van alle soorten bossen, de ontbossing een halt toeroepen, verloederde bossen herstellen en op duurzame manier bebossing en herbebossing mondiaal opvoeren.

15.3 Tegen 2030 de woestijnvorming tegengaan, aangetast land en gedegradeerde bodem herstellen, ook land dat wordt aangetast door woestijnvorming, droogte en overstromingen, en streven naar een wereld die qua landdegradatie neutraal is.

15.4 Tegen 2030 het behoud garanderen van de ecosystemen in de bergen, met inbegrip van hun biodiversiteit, om hun vermogen te versterken voordelen te genereren die essentieel zijn voor duurzame ontwikkeling.

15.5 Dringende en doortastende actie ondernemen om de aftakeling in te perken van natuurlijke leefgebieden, het verlies van biodiversiteit een halt toe te roepen en, tegen 2020, de met uitsterven bedreigde soorten te beschermen en hun uitsterven te voorkomen.

15.6 Bevorderen van het eerlijk en billijk verdelen van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische hulpbronnen en bevorderen van gepaste toegang tot dergelijke hulpbronnen, zoals internationaal overeengekomen.

15.7 Dringend actie ondernemen om een einde te maken aan stroperij en de handel in beschermde planten- en diersoorten en zowel de vraag naar als het aanbod van illegale producten afkomstig van deze planten- en diersoorten aan te pakken.

15.8 Tegen 2020 maatregelen invoeren om de invoering van invasieve uitheemse soorten in land- en waterecosystemen te beperken en hun impact op aanzienlijke wijze te beperken, en de prioritaire soorten controleren of uitroeien.

15.9 Tegen 2020 ecosysteem- en biodiversiteitswaarden integreren in nationale en plaatselijke planning, ontwikkelingsprocessen, strategieën en plannen inzake armoedebestrijding.

15.a Financiële hulpbronnen mobiliseren en aanzienlijk verhogen vanuit allerlei bronnen om de biodiversiteit en de ecosystemen te vrijwaren en op duurzame wijze te gebruiken.

15.b Aanzienlijke middelen mobiliseren vanuit allerlei bronnen en op alle niveaus om duurzaam bosbeheer te financieren en gepaste stimuli te verschaffen aan ontwikkelingslanden om een dergelijk beheer te organiseren, ook voor behoud en herbebossing.

15.c De wereldwijde inspanningen ter bestrijding van stroperij en illegale handel in beschermde diersoorten opvoeren, ook door verhoging van de capaciteit van plaatselijke gemeenschappen in hun streven naar kansen inzake een duurzaam bestaan.